Parket & Plankvloeren - Plaatsingmethodes

Bij het plaatsen van een parket moet men er rekening mee houden dat deze rondom voldoende kan uitzetten. Deze uitzettingsvoeg is afhankelijk van het type geplaatst parket. In de praktijk is een gemiddelde van 2 mm/ strekkende meter parket met een minimum van 1 cm voldoende voor de meeste parketvloeren.

Deze uitzettingsvoegen worden opgevangen door een plint, kwartrondje of afdeklat.

Vooraleer met de plaatsing van een parket te starten, moet men enkele belangrijke punten in acht nemen:

  • Ondervloeren van de parketvloer,
  • Voorwaarden van het binnenklimaat.

Verschillende parkettypes worden op verschillende manieren geplaatst worden zoals blijkt uit he volgende.

Moza´kparket

Alle moza´ekparketvloeren worden steeds vol verlijmd op de ondergrond met de daartoe geschikte lijm. Met moet steeds de juiste hoeveelheid lijm aanbrengen, met de daarvoor ontworpen lijmspatel. De parketelementen worden zo dicht mogelijk aaneengesloten.

De meeste types Moza´ek parket worden na droging van de lijm, geschuurd en afgewerkt.
Er bestaan ook afgewerkte moza´ekvloeren welke na de plaatsing onmiddellijk klaar zijn voor gebruik. Aangezien dit type een lagere afwerkingsgraad heeft wordt deze veeleer gebruikt door de doe-het-zelver.

Parket met tand en groef

De methode voor het plaatsen van een parket met tand en groef hangt af van factoren zoals de dikte van het parket, de ondergrond en de verwachte kwaliteit van de vloer.

De verschillende plaatsingsmethode zijn:

Verlijmen op de ondergrond

Het parket wordt vol verlijmd op de steenachtige ondervloer met de daartoe geschikte lijm. Bij bredere planken dient met de kwaliteit van de lijm te verhogen omdat deze onstabieler zijn en daardoor de trekkracht verhoogt.

Nagelen en lijmen op onderparket

Men kan ook de plank op een onderparket of houten ondervloer plaatsen. Deze ondervloer zal de plankenvloer beter stabiliseren waardoor de werking van de plank vermindert.

De ondervloer kan uiteraard op verschillende manieren geplaatst worden, afhankelijk van de dikte en samenstelling van de ondervloer (zie ook ondervloeren).

Deze methode is niet de goedkoopste oplossing maar is zeker en vast de meest kwalitatieve manier om een parket met tand en groef te plaatsen.

Vernagelen op een balkenlaag

Het is evident dat bij vernageling op balken het parket een bepaalde dikte moet hebben om niet door te buigen op de balken. De plank moet een minimum dikte van 20mm hebben.

De planken worden verdoken genageld in tand of groef tot in de onderliggende balk. (vernageling onder een hoek van 45░C, met een zware nagel of kram)

Zwevend plaatsen

Bij deze methode wordt de tand en groef in elkaar verlijmd en wordt de plank los gelegd op de ondervloer (ongeacht de samenstelling van deze ondervloer). Onder dit parket komt een kurken ondervloer welke ook los gelegd wordt op de ondervloer. Deze dempt de eventuele contactgeluiden van de plank.

Gezien de aaneenschakeling van deze planken, en de onstabiele opstelling van deze massieve vloer, moet men rekening houden met een grote uitzetting en krimp, en eventueel schotelen van de planken. Indien met dit niet kan aanvaarden moet met een van de bovenvermelde methodes toepassen.

Traditioneel parket

Een traditioneel parket wordt hoofdzakelijk vast verlijmd op de ondergrond met de daartoe geschikte lijm en eventueel genageld afhankelijk van de soort. Aangezien dergelijk parket maximaal 12 mm dik is, heeft deze niet voldoende sterkte om op balken gelegd te worden.

De ondergrond is van groot belang bij verlijmd parket en daarom moeten alle voorwaarden van een goede ondergrond voldaan zijn.

Indien de parketstroken maximaal 25x5 cm zijn (of 30x6cm in exotische houtsoorten) mogen deze rechtstreeks op een chape worden verlijmd. Indien de afmeting van de stroken groter is dan 25x5 dan dient er een onderparket voorzien te worden.

Het onderparket heeft als doel het parket te stabiliseren zodat de werking van het parket verkleint. Hierdoor worden ook de krachten die het parket uitoefent op de chape verdeeld, waardoor het risico op loskomen nihil is. Het zorgt er tevens voor dat het parket kan genageld worden in een nagelbare ondergrond, waardoor een 100% verlijming kan gegarandeerd worden. Een onderparket is een must voor de ôbetere parketvloerö.

Een onderparket kan bestaan uit een moza´ek onderparket of OSB platen.
Het moza´ek onderparket wordt altijd rechtstreeks verlijmd met aangepaste lijm op de chape. Platen worden gebruikt om op een bestaande stenen vloer te lijmen en te nagelen.
Kiest men iets dikkere platen, dan kan men bepaalde oneffenheden overbruggen of indien ze meer dan 18mm dik is kan men ze ook op een bestaande balkenstructuur plaatsen. Op de balken worden deze dan gevezen of genageld.

Het parket zelf wordt, zoals hierboven vermeld, verlijmd of verlijmd en genageld op de ondergrond, al dan niet met onderparket
Na het drogen wordt deze grof geschuurd, opgevoegd, fijn geschuurd, gepolierd en afgewerkt met een afwerkingproduct naar keuze.
In combinatie met onderparket kunnen heel wat houtsoorten ook op vloerverwarming gelegd worden. Hiervoor zijn aangepaste lijmen, primer en technieken voor nodig.

Meerlagig parket

Meerlagig parket bestaat in enorm veel versies, afmetingen en systemen. Daar het grootste deel van het meerlagig parket afgewerkt is vanuit de fabriek, dient enige voorzichtigheid aan de dag gelegd te worden tijdens de plaatsing van dergelijke vloer. Het grote voordeel van deze methode is dat er bijna geen stof wordt gemaakt tijdens de plaatsing omdat er niet meer moet geschuurd worden. Tweede voordeel is dat de plaatsing sneller en eenvoudiger wordt.

Vol verlijmen op de ondergrond

Een meerlagig parket kan vol verlijmd worden op gelijk welke ondergrond, op voorwaarde dat de rug van het meerlagig parket vervaardigd is uit hout of houtachtig materiaal. De verlijming gebeurt met de aangepaste lijm, afhankelijk van het type parket.

Vernagelen op een balkenlaag

Het is evident dat dit parket een bepaalde dikte moet hebben om niet door te buigen op de balken. De panelen moeten een minimum dikte van 20 mm hebben en door tand en groef met elkaar verbonden worden. De planken worden verdoken genageld in tand of groef onder een hoek van 45░C met een zware nagel of kram, tot in de onderliggende balk.

Zwevend plaatsen

Bij deze methode wordt de tand en groef in elkaar verlijmd en wordt de plank los gelegd op de ondervloer. Onder dit parket komt een kurk ondervloer welke ook los gelegd wordt op de ondervloer. Deze dempt de eventuele contactgeluiden van de plank.
Bij eventuele kans op opstijgend vocht kan met onder de kurk onderlaag nog een extra vochtscherm aanbrengen.

Een meerlagig parket heeft door zijn samenstelling een enorm stabiele constructie waardoor deze zich perfect leent tot zwevende plaatsing. De zwevende plaatsing wordt dan ook meestal als ôstandaardö voorgesteld.