Basisprincipes - Vloerverwarming

Vloerverwarming is bij een houten vloerafwerking minder vanzelfsprekend dan
bijvoorbeeld bij natuursteen of keramische tegels. De voor en tegen moeten goed worden afgewogen. Dankzij de lage warmtegeleidingcoëfficiënt van hout voelt een houten vloerafwerking zonder vloerverwarming niet koud aan bij het belopen met blote voeten. De temperatuur van de verwarming moet gedurende het stookseizoen constant blijven om krimp en zwelling van het hout, en daardoor scheuren, te voorkomen. Snelle en/of grote wisselingen van de temperatuur zijn niet aanvaardbaar.
Daardoor kan vloerverwarming onder een houten vloerafwerking alleen dienen als 'basiswarming'. Om variaties in de warmtevraag op te vangen zijn extra voorzieningen zoals radiatoren nodig. Houd de temperatuur van het hout zo constant mogelijk. Er mogen op een houten vloer af werking met vloerverwarming geen losse tapijten worden gelegd. Ook kasten die tot onder aan gesloten zijn, hebben een isolerende werking, waardoor het hout van de vloer extra wordt opgewarmd.

Het water van de vloerverwarming opwarmen tot 20 °C. Gedurende vijf achtereenvolgende dagen de temperatuur van het water verhogen met telkens 5 °C per dag tot de maximale werktemperatuur van 45 °C. Deze temperatuur vijf dagen vasthouden. De temperatuur van het water van de vloerverwarming verlagen met S°C per dag tot 20 °C. Bovenstaande cyclus éénmaal herhalen.