Onderhoudsvoorschriften - Scheuren en spleten

Parket wordt in belangrijke mate beïnvloed door de omgeving. Het verstoren van die omgevingsfactoren , vooral dan de wijzigingen in de relatieve vochtigheidsgraad in de omgevingslucht, heeft enerzijds positieve en anderzijds negatieve effecten op houten vloeren, met name op parket. Bij een relatieve luchtvochtigheid van 75% in de zomer en een temperatuur van 20 graden Celsius zal de houtvochtigheidsgraad 14,5% bedragen. In de winter, wanneer kamers kunstmatig verwarmd worden, daalt de relatieve luchtvochtigheid tot 45% wanneer een constante kamertemperatuur van 20°C wordt aangehouden. De houtvochtigheid bedraagt gemiddeld 8,4%.

Het is best mogelijk dat in verwarmde kamers een relatieve luchtvochtigheid van slechts 34% of nog lager ontstaat. De houtvochtigheid bedraagt in dat geval nog slechts 6,8%.

Een eerste conclusie is dat er doorheen de verschillende seizoenen bijkomende maatregelen moeten worden genomen om het omgevingsklimaat op hetzelfde peil te houden. Zoniet komt het parket door uitzetting onder druk te staan wanneer de woning niet moet verwarmd worden, terwijl op het einde van elke verwarmingsperiode min of meer zichtbare kleine voegjes verschijnen, die verschillend zijn van vorm. Die kleine voegjes, die er komen wanneer er wordt verwarmd in de volksmond wel eens ten onrechte scheuren genoemd kunnen echter zonder meer positief worden beïnvloed of volledig worden voorkomen door de omgeving ook tijdens de verwarmingsperiode voldoende vochtig te houden.

Indien er niet voor bijkomende bevochtiging van de ruimte wordt gezorgd, droogt het hout onvermijdelijk meer uit. Door echter de vochtigheidsgraad op een niveau van 55% op peil te houden, kan dit voorkomen worden. Aan te bevelen zijn in dat verband apparaten met een ingebouwde controlehygrostaat (vochtigheidsregelaar). De beste resultaten worden bereikt met waterverdampingssystemen, maar die moeten wel worden onderhouden en gereinigd. Zo moet het overblijvende water worden uitgegoten en is het nodig om het hele apparaat om de 2 weken te reiningen en de filters om de 4 tot 8 weken te vervangen.

Een constante luchtvochtigheidsgraad heeft zowel op de gezondheid van de bewoners als op de kwaliteit van het parket een gunstig effect.

De waterverdampers die men aan radiatoren hangt, volstaan niet om de vochtigheidsgraad van de omgevingslucht op een constant peil en binnen de voorgeschreven grenzen te houden. Daarvaar zijn ze te klein.

Om tijdens een periode van 24 uur in een kamer met ongeveer 16 m vloeroppervlak en een normale hoogte een relatieve luchtvochtigheid van 45 tot 50% te bereiken, is er ongeveer 2 tot 4 liter water nodig, indien het gaat om een normale woon-inrichting. Een ingerichte ruimte van 25 m en 2,5 m hoog heeft bij een temperatuur van 20C en over een periode v an 24 uur ongeveer 6 liter water nodig. En precies, dat is hier zo belangrijk omdat enkel door bevochtiging van de omgevingslucht het effect van uitdroging gevoelig wordt beperkt.

Het verdient dus aanbeveling om ervoor te zorgen dat de relatieve luchtvochtigheid op een peil van 55% blijft. Dat biedt immers volgende voordelen:

  • Uitdroging van het parket tot een onaanvaardbaar niveau wordt vermeden
  • Het ontstaan van voegen wordt tot een minimum beperkt
  • Krimpspanningen in de lijmen en ook in de ondervloer verminderen
  • De luchthygi
    ïne wordt verbeterd

Met de huidige verwarmingstypes kan men ervan uitgaan dat de luchtvochtigheid eerder te laag (te droog) dan te hoog (te vochtig) is en in de toekomst ook zo zal blijven.

Om al die redenen (omgevingsfaktoren, houtvochtigheid, verwarmingssystemen) is het gewoon onvermijdelijk dat voegen optreden bij het plaatsen van hout. Voegen van 0,1 tot 0,5 mm zijn dan ook doorheen de verschillende seizoenen heel normaal. Voegen van meer 0,5 mm komen enkel voor wanneer de luchtvochtigheid in de betreffende kamers niet gecontroleerd en ook niet bijgestuurd wordt.